Familieopstellingen (vervolg)


Belangrijke thema's die spelen in systemisch werk zijn

De orde:
Hiermee wordt bedoeld dat ieder een plek heeft die hem toekomt. De vader, de moeder, het kind etc. Men kan niet van zijn gewezen plek af. Ook de plek van de eerste zoon of dochter etc.

Binding en verbinding:
Het kind groeit op in binding (afhankelijk) met zijn ouders en groeit naar verbinding. In het laatste, de verbinding, kan men komen en gaan. In vrijheid.

Magische liefde en wetende liefde:
Het kind leeft door de binding in de magische liefde. Soms neemt het daardoor een taak op zich die ver boven zijn maat is. Wetende liefde is dat men weet heeft van zijn vermogen tot geven.

Uitreiken en onderbroken uitreiking, geven en nemen:
Oorspronkelijk dienen ouders te geven en kinderen te ontvangen. Als de uitreiking naar deze liefde bij het kind, om wat voor reden dan ook, is gestopt kan het zichzelf niet meer voeden. De oplossing die we vaak kiezen om niet meer te hoeven uitreiken is gaan geven. Uitputting ligt daarbij op de loer.

Leven en dood:
Als er veel dood is geweest in vorige generaties zal de dood ook doorschemeren in de opvoeding. Hebben alle doden een plek gekregen? Kinderen hebben de neiging om niet geƫerde familieleden te eren. Soms door zelf niet voluit te leven.

Schuld en onschuld:
Als we opgroeien moeten we uit de onschuld van het kind durven komen. We kunnen niet onschuldig blijven. Door het leven aan te nemen maken we ons schuldig. We moeten b.v. dank zeggen tegen onze ouders die ons het leven gegeven hebben.

Dit zijn nog maar enkele thema's die voorbijkomen als het gaat over systemisch werk. Familieopstellingen geven ons meer helderheid over het leven en meer zicht op onze taak die daar uit voor vloeit. De persoonlijk taak die we al lang hadden, maar waar we dan wellicht volmondig "ja" tegen kunnen zeggen.


Waarom hebben alle dingen een naam?
Vroeg het meisje aan de meester.
Het was even stil...
En hij antwoordde: Wat een mooie vraag!
Je naam heb je van je ouders gekregen.
Omdat je een naam hebt, kan ik je roepen.
En als ik je roep, kun je bij me komen.
En als je komt, kan ik je vasthouden.
En als ik je vastpak, kan ik je loslaten.

Bron: "Vonken van Verlangen" door Wibbe Veenbaas en Joke Goudswaard


.... terug

Namaste Webdesign